De naam Dubbeldam komt van "dam in de Dubbel", een riviertje dat door de Hollandsche Waard liep. De locatie wordt voor het eerst vermeld in 1282. Ergens in de veertiende eeuw krijgt het dorpje met de omliggende boerderijen de status van ambacht. Eind 1421 maakte de Sint-Elisabethsvloed een einde aan de Hollandsche Waard en verdrinkt Dubbeldam met 17 andere dorpen. De rechten op de ambacht bleven echter in stand en toen er in de zestiende eeuw in het gebied ten zuiden en oosten van Dordrecht weer gepolderd werd, kreeg men interesse in de rechten over Dubbeldam. Vanaf ca. 1560 begon men het gebied systematisch in te polderen en in 1630 werd het dorp Dubbeldam groot genoeg geacht voor een eigen kerk.
Dubbeldam was lange tijd niet meer dan een paar huisjes rond een kerk. Na 1750 werd het grondgebied van Dubbeldam flink uitgebreid met nieuwe polders en groeide ook het dorp uit tot een plaats van redelijke omvang. In 1816 werd de gemeente Dubbeldam geformeerd. Vanaf 1871 werden herhaaldelijk stukken grondgebied door het uitbreidende Dordrecht geannexeerd. Om de aanleg van de spoorlijn naar Sliedrecht mogelijk te maken werd rond 1880 grond geruild met Dordrecht. Dordrecht bleef groeien en had steeds meer ruimte nodig. Ondanks pogingen in de jaren zestig om het dorp zijn zelfstandigheid te laten behouden, werd Dubbeldam op 1 juli 1970 geheel aan Dordrecht toegevoegd.
Voor meer informatie over de gemeente, haar geschiedenis en haar omgeving kijk op: www.dordrecht.nl